Angststoornis

Hoe merk ik het?

Ernstige of langdurig aanhoudende angst of paniek met nadelige gevolgen voor het dagelijks functioneren

Allerlei lichamelijk klachten zoals hartkloppingen, duizeligheid en pijn op de borst

Vermijdingsgedrag

Hoe werkt het?

Angst is een beklemmend, onaangenaam gevoel dat ontstaat in bedreigende of onheilspellende situaties. Op zichzelf is angst een normaal en zinvol verschijnsel. Iemand die zich angstig voelt bevindt zich in een hogere staat van alertheid, de spieren zijn gespannen en de zintuigen functioneren optimaal. De angst bij een angststoornis valt niet meer onder de noemer reële angst. De angst is doorgeschoten, buitensporig of houdt onevenredig lang aan. Angst kan gepaard gaan met een groot aantal klachten, waarvan vele op zichzelf weer angst kunnen veroorzaken waardoor een vicieuze cirkel kan ontstaan. Angst kan voorkomen in de vorm van een paniekaanval: een minuten tot uren durende periode met hevige angst waarbij alle bovengenoemde verschijnselen kunnen voorkomen. Men kan ook angstig zijn in een bepaalde, specifieke situatie, zoals bij hoogtevrees, bij het zien van een spin of in een kleine, benauwende ruimte. Een andere vaak voorkomende vorm van angst is de sociale angst: de angst om in een situatie te belanden waarin mogelijk de kritische aandacht van anderen wordt getrokken, zoals bij spreken in het openbaar. Er zijn ook mensen waarbij voor bijna alle aspecten van het dagelijkse leven een niet passende angst of bezorgdheid bestaat. Hypochondrie is de medische benaming voor de angst voor ernstige ziekten zonder dat daarvoor een redelijke grond bestaat. Een laatste vorm van een angststoornis is de obsessief-compulsieve stoornis. Deze stoornis wordt gekenmerkt door steeds maar terugkerende, hardnekkige (obsessieve) gedachten (bijvoorbeeld de gedachte vieze handen te hebben) waarvan met weet dat ze onzinnig zijn maar die toch tot angst of spanning aanleiding geven.

Hoe ontstaat het?

Zoals bij de meeste psychische en psychiatrische aandoeningen gaat men tegenwoordig ook bij het ontstaan van een angststoornis uit van een samenspel van lichamelijke (biologische), psychologische en sociale factoren. De angst bij een angststoornis is zoals gezegd een niet reële, niet bij de situatie passende angst. Niet zozeer de situatie waarin men zich bevindt is de veroorzaker van de angst maar het foutief interpreteren van die situatie. Het gevaar wordt overschat. Tijdens een angstaanval komen extra hormonen in het lichaam vrij, zoals adrenaline. Deze hormonen veroorzaken mede tal van de hierboven genoemde verschijnselen zoals de hartkloppingen, het transpireren en het trillen.

Hoe ga ik er zelf mee om?

Angststoornissen komen regelmatig voor. Van mild tot ernstig. Bij een milde angststoornis, met nauwelijks gevolgen voor het dagelijks leven is behandeling niet altijd nodig. Dat geldt vooral voor een specifieke angst of fobie. Met bijvoorbeeld een angst voor spinnen is in het algemeen wel te leven. Indien er sprake is van ernstige angst, vooral wanneer de angst het dagelijkse leven gaat beïnvloeden en zeker wanneer daarbij situaties worden vermeden waarin angst zou kunnen optreden of wanneer angst voor de angst gaat ontstaan, is het zinvol uw huisarts om advies te vragen.

Hoe gaat de arts er mee om?

Bij de meeste psychische aandoeningen en ook bij de angststoornissen zijn er in het algemeen drie manieren om de stoornis te behandelen: praten (psychotherapie), medicijnen en een combinatie van beide. Geruststelling, uitleg en proberen de oorzaak van de angst te achterhalen zijn bij de behandeling van angststoornissen van groot belang. Ook medicijnen kunnen daarbij helpen. Voorzichtigheid is echter geboden. Gewenning en bijwerkingen zijn de gevaren. De meest toegepaste vorm van psychotherapie bij angststoornissen is de gedragstherapie. Bij angststoornissen wordt daarbij geprobeerd u langzaam maar zeker te laten wennen aan die situaties of gedachten die angst veroorzaken.